01Jun

Zit jij als werkgever al met je handen in je haar?

Afgelopen weken, maanden ben ik bij veel bedrijven geweest en ze hebben allemaal hetzelfde probleem, waarom kan ik geen nieuwe medewerkers vinden?

Tja, en elke keer vertel ik weer hetzelfde verhaal, die zijn er heus wel maar zien ze jullie wel als een toffe werkgever?

 

Het klopt! De arbeidsmarkt staat volledig op zijn kop. Zoals het nu is heb ik het nog nooit meegemaakt. Natuurlijk was het de ene periode een werknemersmarkt (Dan waren er veel vacatures en minder werkzoekende) en de andere keer een werkgeversmarkt (Waren er veel werkzoekende en weinig vacatures.)

En dat het nu een werknemersmarkt is dat is overduidelijk! Maar zoals het nu is dat is ongekend, zelf voor mij terwijl ik toch al heel wat jaartjes meeloopt.

 

Maar goed, ik begon het verhaal met de kansen die er zeker wel zijn voor een werkgever die met z’n handen in het haar zit.

We moeten de traditionele werkgevers gedachte overboord gooien. Het is geen eer meer om voor jou te mogen werken. Het is een eer dat iemand jou gekozen heeft om voor jou te werken! Zorg dat je geen werkgever wordt met afstand tot de arbeidsmarkt! En ik begrijp dat dit grappig klinkt maar de strekking is zeker serieus.

 

Kijk eens naar je concurrenten. En nee niet je concurrent die hetzelfde product levert als jou. Ik bedoel die werkgever die dezelfde medewerkers als jou zoekt.

Ben je bijzonder genoeg om voor te werken? Beknibbel je niet te veel op de secundaire arbeidsvoorwaarden? Laat je het merken dat je nog steeds erg blij bent met je medewerkers? Niet? Dan is de kans groot dat ze zo overstappen naar je concurrent.

 

Wil je meer weten wat jouw kansen zijn op de arbeidsmarkt? Neem gerust eens contact met me op en dan bespreek ik deze graag met je.

harold@doenwij.nl

29mei

Nieuwe samenwerking met Nethselect

Vanaf 1 juni start DoenWij een samenwerking met de Europese recruiting organisatie Nethselect. ( www.nethselect.com )

Door deze samenwerking kan DoenWij nog beter de Europese markt bestormen wat betreft werkzoekende uit heel Europa (arbeidsmigranten).

Wij gaan er dan ook van uit dat wij onze klanten hierdoor nog beter kunnen bedienen en veel niet in te vullen vacatures toch nog te positief in te vullen!

Hebben jullie vacatures die veel te lang open staan? Neem dan gerust contact met ons op.

19mei

Arbeidsmigranten cruciaal voor Nederland, maar leer ook onbenut potentieel benutten

Arbeidsmigranten cruciaal voor Nederland, maar leer ook onbenut potentieel benutten

Twee zieken en Rotterdam staat stil. De NS schrapt treinen en waarschuwt voor nieuwe ontregelingen. Uren wachten in de rij op Schiphol dreigt in vakantietijd de norm te worden. De piek van het CBS in de grafiek die het aantal openstaande vacatures per werkzoekende bijhoudt, was niet eerder zo hoog. In de zorg, het onderwijs, de horeca en tal van andere sectoren is een groot tekort aan personeel.

 

De Europese Commissie wil vanaf eind dit jaar de buitenpoorten van de Europese Unie onder voorwaarden openen voor arbeidsmigranten uit onder meer Noord-Afrika. Het kabinet nam eerder in zijn regeerakkoord op om arbeidsmigratie te bevorderen. Ondertussen klinkt er vanuit een andere hoek een tegenovergesteld geluid. De Arbeidsinspectie constateert veel misstanden en riep onlangs op zo min mogelijk arbeidsmigranten toe te laten. Deze oproep klinkt inmiddels luider. Wat is wijsheid? “Arbeidsmigranten zijn van groot belang voor de Nederlandse economie. NBBU is daarom zeker voor het verwelkomen van arbeidsmigranten om personeelstekorten op te lossen, mits goed geregeld en vraag en aanbod binnen de landsgrenzen niet samen te brengen zijn. Daarnaast is het belangrijk om nog beter te kijken naar wat al voorhanden is. Dit blijft de meest efficiënte manier om mensen duurzaam in te zetten, waarbij zowel werkgever als werknemer profiteert”, aldus Marco Bastian, directeur van de NBBU.

Kijk naar wat al voorhanden is

Wie goed kijkt, ziet dat er in de huidige arbeidsmarkt nog mensen beschikbaar zijn. Dat begint al bij het bestaande werknemersbestand. Een tevreden werknemer die op zijn of haar plek is, hoef je bijvoorbeeld niet te vervangen. Die inspanning kun je je alvast besparen. Personeelsbehoud en investeren in je personeel door goed werkgeverschap wordt voor werkgevers steeds belangrijker. Daarnaast zijn er in het werkzame deel van de bevolking nog veel mensen beschikbaar, bijvoorbeeld op plekken waar werkgevers niet gewend zijn te zoeken. Intermediairs aangesloten bij de NBBU zijn bij uitstek de specialisten om hier mensen te vinden voor hun opdrachtgevers. Het CBS schat het onbenut arbeidspotentieel in op 1,1 miljoen mensen. Volgens het UWV zijn 300.000 van hen direct inzetbaar”, zegt Loes Waterreus, senior adviseur arbeidsmarkt bij de NBBU. “Achter het beeld van de extreme krapte gaat een verborgen vermogen schuil aan mensen die een deel van de openstaande vacatures direct of op termijn kunnen invullen. Denk aan mensen die meer willen werken dan nu, mensen die nu niet werken, maar dat wel willen, mensen in een uitkering, noem maar op.”

Anders leren kijken

Hoe bereik je een schoolverlater die klaar is met het systeem? Hoe help je de partner van een expat aan werk? Hoe spreek je een ouder aan van wie de kinderen zijn grootgebracht en het nest hebben verlaten? Waterreus ziet allerlei manieren waarop werkgevers hun voordeel kunnen doen met deze mensen: “Verander je denkpatroon. Denk niet langer in functies, maar in skills, zodat je op vergelijkbare vaardigheden kunt werven. Organiseer werk anders. Achterhaal de specifieke behoeftes van werkzoekenden en speel daar op in. Ga aan de slag met loopbaanpaden. Zorg dat je achterhaalt wat mensen meer kunnen dan je nu al weet. Veel van onze leden zijn hier goed in of ontwikkelen zich hierin. Werk samen, bijvoorbeeld met organisaties die kandidaten vanuit een lastige positie (weer) aan het werk helpen, zoals UWV, om iedereen die wil werken ook te kunnen laten werken. Daar schuilt de grootste winst.”

Arbeidsmigranten welkom…

Als het niet lukt om de juiste mensen te vinden, loont het als werkgever om buiten de landsgrenzen te zoeken. Zonder arbeidsmigranten heeft Nederland een groot probleem. “Arbeidsmigranten zijn onmisbaar voor de Nederlandse economie. Het inzetten van arbeidsmigranten kan daarom een hele goede oplossing zijn, maar gaat altijd gepaard met extra uitdagingen. Deze dienen aan de voorkant op een goede manier te worden opgelost. Als een bedrijf met arbeidsmigranten werkt of gaat werken, is het zaak van tevoren te zorgen dat alles goed geregeld is, met name op het gebied van werk en wonen. Denk aan het goed informeren over werk, uren en beloning, maar ook het faciliteren van kwalitatief goede huisvesting. De NBBU wijst zijn leden hierop”, zegt juridisch beleidsadviseur en specialist arbeidsmigranten Cor de Koeijer. “Helaas gebeurt het nog te vaak dat er misstanden aan het licht komen die we moeten bestrijden. Dat vraagt een gezamenlijke inspanning. De Commissie-Roemer constateerde diverse verbeterpunten die momenteel worden uitgewerkt tot oplossingen. Dat wordt mettertijd zichtbaar. Waar stelselmatig en moedwillig de wet wordt omzeild, is het duidelijk. Daar moeten we optreden en handhaven. Maar bedrijven die onbedoeld of onbewust een misstap maken, kun je beter ondersteunen om herhaling te voorkomen.”

…mits goed geregeld

Het creëren van de juiste omstandigheden waaronder arbeidsmigranten in Nederland op een goede manier kunnen werken, vraagt om een gezamenlijke inspanning. De branche kan dat niet in zijn eentje organiseren. Voor zaken als zorg en huisvesting – sowieso al complexe dossiers in Nederland – is bijvoorbeeld de betrokkenheid van de lokale en andere overheden hard nodig. Daarnaast staat een certificeringsstelsel voor uitzendbureaus voor de deur. Hoofd juridische zaken van de NBBU Fariël Dilrosun ziet daar een potentiële meerwaarde in. “Hoewel verplichte certificering niet onze voorkeur heeft, zien we wel voordelen: de markt wordt transparanter, omdat we weten welke partijen actief zijn en wat ze doen, en er ontstaat een gelijker speelveld als elke partij die uitzendt gecertificeerd dient te zijn. Het is voor ons wel van groot belang dat zo’n stelsel uitvoerbaar en betaalbaar blijft. De basis van wet- en regelgeving is op orde. Meer wetgeving stapelen, maakt dat niet per se beter. Onze branche is goed gereguleerd en weet als geen ander hoe je arbeidsmigranten aan werk kunt helpen en kunt ondersteunen. Als we de rotte appels verwijderen, kunnen we eindelijk daar eens de blik op richten.”

Bron: NBBU

27dec

Krapte op arbeidsmarkt:

DNB sprak maandag haar zorg uit over de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Nadat de werkloosheid in 2020 opliep tot 4,6 procent van de beroepsbevolking, volgde een gestage afname tot 2,7 procent in november 2021. De lonen, denkt DNB, zullen in 2022 en 2023 meer gaan stijgen, met 2,9 procent, tegen een loongroei van 2,3 procent dit jaar.

„De steeds knellender schaarste aan geschikt personeel vraagt om een breed pakket aan maatregelen”, stelt DNB.

Meer arbeidsmigratie, kan „één van de oplossingen” zijn. VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen pleitte zondag in tv-programma Buitenhof voor deze maatregel. Ook het bijna gratis maken van kinderopvang door het nieuwe kabinet kan helpen.

In tijden van inflatie en schaarste op de arbeidsmarkt kan volgens de economische theorie een ‘loon-prijsspiraal’ ontstaan. Lonen gaan dan omhoog ter compensatie van de gestegen prijzen, waardoor productie duurder wordt, waardoor de inflatie verder stijgt. Van zo’n loon-prijsspiraal is volgens DNB nog geen sprake, maar de toezichthouder waarschuwt wel: lonen moeten niet automatisch gaan stijgen met de prijzen, zoals in buurlanden als België wel gebeurt.

DNB rekende door wat er zou gebeuren als de inflatie wereldwijd aanhoudt, door hogere grondstoffenprijzen en verdere verstoringen in de levering van producten. Dan ontstaat in Nederland wél een sterkere loon-prijsspiraal. De Nederlandse inflatie zou in dat scenario groeien naar circa 4 procent in 2022 en 2023, mede door hogere looneisen.

Bron: nrc.nl

08aug

Verkoper op nummer één in aantal openstaande vacatures

Verkoper op nummer één in aantal openstaande vacatures

Het aantal openstaande vacatures is landelijk sterk gestegen, over de hele linie.

• Aantal openstaande vacatures het grootst in Zuid-Holland.
• Sterkste toename in de vakgebieden transport en logistiek, horeca, recreatie en administratie, secretariaat en HR.
• Vraag naar vrachtwagenchauffeurs en logistiek medewerkers meer dan verdubbeld ten opzichte van afgelopen jaar.

In juli stonden er landelijk 207.000 vacatures open. Dit is 63% meer ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Vooral voor de vakgebieden techniek, verkoop en marketing en transport en logistiek is het moeilijk het juiste personeel te vinden, hier is al lang enorme schaarste. Dit blijkt uit de meest recente data-analyse van Randstad Nederland.

Het beeld per provincie verschilt op een aantal vlakken. In de Randstad is veel vraag naar personeel in marketing, communicatie, sales en ICT. Daarbuiten gaat het relatief vaak om technici en personeel in transport en logistiek.

Top 5 vacatures
1. Verkoper
2. Logistiek/magazijnmedewerker
3. Monteur werktuigen en machines
4. Werkvoorbereider
5. Elektromonteur

Top 5 vakgebieden
1. Techniek
2. Verkoop en marketing
3. Transport & Logistiek
4. ICT
5. Bouw

Bij- en omscholing essentieel
Er heerst inmiddels in bepaalde vakgebieden een hardnekkige mismatch die volgens Dominique Hermans, CEO van Randstad Groep Nederland, alleen maar op te lossen is met opleiding: “De instroom vanuit het onderwijs is momenteel onvoldoende om de schaarste in bepaalde beroepsgroepen te bedwingen. Onder andere met om- en bijscholing kunnen we op korte termijn bijdragen aan het oplossen van een deel van de schaarste.”

Schaarste belemmert groei
De economie groeit dit jaar ondanks de pandemie, de verwachting is dat die groei daarna doorzet. Hermans vervolgt: “Door de aanhoudende schaarste in bepaalde sectoren kan een aantal bedrijven marktpotentieel niet benutten. Dit remt die bedrijven en daarmee de economie ongewild in verdere groei. Dat zijn situaties die je samen wilt en kunt voorkomen. Publiek-private samenwerkingen zijn ook een belangrijk onderdeel van de oplossing. Door goed samen te werken op nationaal, regionaal en lokaal niveau kunnen we samen vraag en aanbod slimmer bij elkaar brengen.”

28Jan

UWV: coronacrisis kost Nederland 189.000 banen

De coronacrisis hakt er flink in op de Nederlandse arbeidsmarkt. Volgens uitkeringsorganisatie UWV komt het aantal banen dit jaar uit op 10,6 miljoen, een daling van 189.000 in vergelijking met 2019. Met name uitzendbureaus, de horeca en de industrie moeten rekening houden met een forse krimp.

Dat schrijft het UWV in een prognose over de gevolgen van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt. De voorspelling is gebaseerd op het basisscenario van de novemberraming van het Centraal Planbureau (CPB). Volgens dat scenario krimpt het bruto binnenlands product (bbp) in 2020 met 4,2 procent.

Door de massale overheidssteun bleef de impact afgelopen jaar nog beperkt. Toch nam het aantal banen in 2020 met 86.000 af. Deze ontwikkeling zet zich dit jaar voort, met nog eens een verlies van 103.000 arbeidsplaatsen.

Ook goed nieuws

Er verdwijnen vooral banen in sectoren die direct getroffen worden door de coronamaatregelen of waar met veel flexibele contracten wordt gewerkt. De grootste afname van arbeidsplekken is te verwachten bij uitzendbureaus (76.000), de horeca (59.000), de industrie (39.000) en de retail (32.000).

Maar het UWV komt ook met opbeurende voorspellingen. Zo komen er in de gezondheidszorg 65.000 banen bij, in het openbaar bestuur 22.000 en in de ICT 21.000. Ook is er sprake van groei in het onderwijs en de specialistische zakelijke dienstverlening.

Minder uren

Het UWV merkt op dat het effect van de coronacrisis op de arbeidsmarkt al eerder goed zichtbaar is bij het aantal gewerkte uren. In de getroffen sectoren worden nu al aanmerkelijk minder uren gewerkt. In 2020 nam het aantal gewerkte uren met bijna 4 procent af.

Dit jaar volgt waarschijnlijk wel weer een toename, maar de groei van bijna 2 maakt hert verlies van vorig jaar niet goed. Vooral in de sectoren horeca, bij uitzendbureaus en in de sector cultuur, sport en recreatie ging het aantal gewerkte uren vorig jaar hard omlaag.

Bron: UWV

08Jan

Tientjes extra op eerste loonstrookjes

Werknemers gaan er deze maand netto gemiddeld tientallen euro’s op vooruit. Dat blijkt uit berekeningen van salarisdienstverlener ADP, dat traditiegetrouw aan het begin van het nieuwe jaar schetst wat er op de loonstrookjes verandert ten opzichte van het jaar ervoor.

De veranderingen verschillen per sector. Over het algemeen ziet het bedrijf de salarissen voor mensen met een minimumloon netto met 30 euro per maand stijgen. Een modaal inkomen krijgt er 45 euro bij en wie twee keer modaal verdient kan gemiddeld 50 euro extra bijschrijven.

Belasting omlaag

De extra tientjes zijn voornamelijk te danken aan twee veranderingen in de belastingheffingen. Ten eerste is de belasting op lonen tot 68.507 euro per jaar een beetje verlaagd. Die was 37,35 procent en nu 37,1 procent.

Daarnaast zijn de kortingen die je kunt krijgen op de belasting hoger, zowel de algemene heffingskorting als de arbeidskorting. Ook daardoor blijft er onder aan de streep meer loon over.

Dat de loonstrookjes gemiddeld gunstiger uitpakken, wil niet zeggen dat iedereen dit jaar meer te besteden heeft, benadrukt ADP. We zitten immers midden in de coronacrisis. “De belangrijkste vraag is natuurlijk of werknemers hun baan en daarmee hun salaris behouden in 2021”, zegt Dik van Leeuwerden, manager bij ADP.

Verder zijn veranderingen in cao’s niet meegenomen in de berekeningen. Salarisverhogingen of juist loonmatigingen door de crisis kunnen dus nog gevolgen hebben voor wat er netto op het loonstrookje overblijft dit jaar.

“Wat er op je salarisstrook staat geeft mensen een gevoel of ze er op voor- of achteruit gaan”, zegt Van Leeuwerden. Hij wijst erop dat het salaris zich niet een op een verhoudt met hoeveel je er in koopkracht op voor- of achteruit gaat. “Natuurlijk moet je iets verder kijken, naar wat er verandert aan allerlei andere lasten: waterschapslasten, gemeentelijke lasten, kosten kinderopvang, dat soort zaken.”

Bouwvakkers en ambtenaren

Hoeveel werknemers erbij krijgen vanaf deze maand, hangt ook af van de sector waarin ze werken. Wie in de bouw werkt, gaat er gemiddeld het meest op vooruit.

Dat komt doordat voor werknemers in deze sector vanaf dit jaar geen premie meer wordt betaald voor een aanvullende pensioenregeling. Iemand met minimumloon kan als gevolg daarvan netto op 62 euro extra rekenen per vier weken. Voor een modaal salaris komt er 94 euro bij, en twee keer modaal 119 euro.

Het minst gaan de ambtenaren erop vooruit, omdat zij juist meer pensioenpremie gaan betalen. Op de strookjes komt er respectievelijk 28, 38 en 39 euro bij.

Gepensioneerden minder, maar AOW stijgt

Wat minder wordt, zij het slechts een heel klein beetje, zijn de aanvullende pensioenen. Dat is het resultaat van een optelsom van minnen en plussen: gepensioneerden betalen minder belasting, maar moeten meer afdragen aan de Zorgverzekeringswet.

Het verschil is minimaal: iemand met een aanvullend pensioen of lijfrente-uitkering van rond de 500 euro per maand, krijgt een kwartje minder. Van een aanvullend pensioen van 2.500 euro gaat er 1,30 euro af.

Al met al zullen gepensioneerden er echter niet op achteruitgaan, omdat de AOW-uitkering tegelijk stijgt. Wie getrouwd is krijgt er een tientje bij, wie alleen is 17 euro.

Bron: NOS

24sep

Kabinet steekt 1,4 miljard in begeleiding naar nieuw werk

Het kabinet maakt 1,4 miljard euro vrij om mensen zonder werk te begeleiden naar een nieuwe baan. Het is de bedoeling dat werkzoekenden zoveel mogelijk bij één loket terechtkunnen voor hulp, schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Kamer.

Vorige week nam de Tweede Kamer een motie aan van PvdA-leider Asscher over een werkgarantie voor personeel van bedrijven die coronasteun van de overheid krijgen. Bij een eventueel ontslag zou de werkgever ervoor verantwoordelijk zijn dat die persoon elders een nieuwe baan vindt.

Gisteren overlegde het kabinet onder meer met de PvdA en GroenLinks over de voorwaarden waaraan bedrijven en werkenden moeten voldoen voor nieuwe financiële coronasteun. Betrokkenen waren optimistisch over het verloop van die gesprekken.

Snel richting werk

Het kabinet deelt de wens uit de motie van Asscher, schrijft Koolmees. Bij grootschalige reorganisaties zouden werkgevers en vakbonden afspraken moeten maken over het begeleiden naar nieuw werk. “Maar ook als iemand zich voor een WW-uitkering meldt bij UWV of een aanvraag doet voor een bijstandsuitkering bij de gemeente: bij het eerste contact wordt direct gekeken wat iemand nodig heeft om weer snel richting werk te gaan”, aldus het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het kabinet steekt 683 miljoen euro in de ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk. Dat geld gaat onder meer naar regionale mobiliteitsteams, die werkzoekenden in het hele traject naar een nieuwe baan moeten helpen. Daarnaast wordt bijna 200 miljoen vrijgemaakt voor de bij- en omscholing van werkzoekenden die dat nodig hebben.

Volgens Koolmees zullen door de coronacrisis ook meer mensen in problematische schulden terechtkomen en ook dat kan het zoeken naar werk bemoeilijken. Daarom stelt het kabinet bijna 150 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten en andere partijen om mensen met schulden en armoede te helpen.

Bron: NOS

21sep

Hebben wij het recht om voor ons werk onbereikbaar te zijn?

Dat we voorlopig nog veel thuiswerken, bevalt lang niet iedereen. Dat je leidinggevende je nu ook appt, kan een zegen zijn, maar ook een vloek. Hebben we het recht om offline te zijn? ‘Het is als jongleren op een touw tussen twee flatgebouwen, zonder vangnet.’

Wie moest er niet gniffelen bij de appjes tussen burgemeester Femke Halsema en minister Ferd Grapperhaus, tijdens de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam? Het ging alle kanten op: van cryptische borrelpraat – ‘de T is nu eenmaal de T’ – tot appjes die waren opgesteld als brief, met alinea’s en aanhef, zoals het laatste appje waarin de minister zei teleurgesteld te zijn in Halsema.

Reden voor de Amsterdamse brandweercommandant Tijs van Lieshout ervoor te waarschuwen dat Whats­App niet geschikt is voor overleg tussen bestuurders. Al zijn we niet allemaal minister of burgemeester, toch communiceren velen tegenwoordig via Whats­App over werk.

Lijntjes uitzetten

Ruim twaalf miljoen Nederlanders gebruiken op dit moment Whats­App. “Iedereen kent het, van Mark Rutte tot jij en ik,” zegt Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, nota bene via een Whats­App telefoongesprek. “Voor iedereen werkt het hetzelfde, er is immers geen platinumversie.”

Het sterke punt van de app is dat hij je in staat stelt 24 uur per dag, elke dag van de week, met elkaar te communiceren. “Even snel een lijntje uitzetten of een afspraak ­maken of iemand herinneren aan een taakje.”

Nederlanders staan daardoor altijd ‘aan’. Grofweg één op de vijf Nederlanders ervoer vorig jaar burn-outklachten, terwijl dat tien jaar geleden nog één op de tien was. Helpt het dan om in toenemende mate over werk te appen?

Deuze zegt stellig: nee. Volgens hem lopen op WhatsApp verschillende levensdomeinen door elkaar: werk, privé, relaties, vriendschappen, de sportclub, ga zo maar door. Terwijl mensen denken dat ze kunnen multitasken, zijn ze daar helemaal niet zo goed in: je doet alles namelijk minder secuur. “Het is een beetje als jongleren op zo’n touw tussen twee flatgebouwen, zonder vangnet.”

Psycholoog en stressexpert Thijs Launspach legt uit dat communiceren over werk tot een constante ruis in je hoofd leidt. “Voor je hersenen is er niet veel verschil tussen werken en beschikbaar zijn voor werk. Dus als je buiten je werktijd het gevoel hebt de hele tijd paraat te moeten staan, is dat werk.”

Nieuw strak schema

Launspach benadrukt nog maar eens dat zestien uur per dag werken niet gezond is. WhatsApp wekt daarnaast snel de indruk dat een bericht urgent is, zegt hij. “De drempel is erg laag om snel een berichtje te sturen. Maar vaak kan dat bericht ook best wachten tot je morgenochtend iemand live spreekt.”

Dat mensen zich zo vaak voor hun werk beschikbaar houden ligt overigens niet aan WhatsApp ­alleen, zegt Deuze: al zo’n veertig jaar vervaagt de scheiding tussen werk en privé. “Als de werkdag voorbij is, begint een nieuw strak schema van avondeten, afwas, de sportclub, nog een halfuur op de laptop,” zegt hij.

We organiseren het gezinsleven zoals we ook het kantoor organiseren. Daarbij speelt mee dat jongere generaties werk in toenemende mate zien als iets waarin je jezelf uitdrukt, ­jezelf profileert, in plaats van iets dat je puur doet om geld te verdienen. Tel daar dan nog eens het massale thuiswerken door de coronacrisis bij op, en plots stromen op Whats­App de bazige appjes van je chef binnen, tegelijk met de vriendelijke vraag van je partner of je nog een pak melk bij de supermarkt kunt halen.

Launspach vreest dat we, qua verantwoordelijkheid ­nemen, niet veel van Facebook – eigenaar van Whats­App – hoeven te verwachten. “Het is geen menslievende organisatie: het bedrijf heeft nu eenmaal een verdienmodel dat erom draait dat je zo veel mogelijk met de app bezig bent.” En dat lukt aardig: je hersenen belonen je voor alle impulsen – kleurtjes, notificaties en geluidjes – die je op de app krijgt. “Dat geldt ook voor je to-dolijst en het wegwerken van je e-mail.”

Maar, zegt Deuze: het mooie van al die apparaten is dat je ze ook kunt uitzetten. “Niet voor niets hebben alle grote software- en hardwareontwikkelaars de afgelopen jaren functies ingebouwd die mensen attent maken op hun ­gebruik ervan.” Deuze doelt op de schermtijdapp van Apple, die bijhoudt hoeveel uur iemand op zijn of haar telefoon doorbrengt.

Launspach vindt dat niet genoeg. Jongeren kunnen namelijk nog weleens een schuldgevoel krijgen als ze niet direct reageren. “Soms wordt een vriend boos als je niet binnen een uur op z’n appje antwoordt. Maar het kan juist gezond zijn om een appje een halve dag onbeantwoord te laten.”

Het kan moeilijk zijn grenzen aan te geven: wat nu als je niet snel genoeg reageert op het appje van de werkgever of opdrachtgever? Mede daarom heeft PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk vorige maand een voorstel ingediend voor een wet die het recht op onbereikbaarheid regelt. In Frankrijk is dat al sinds 2017 wettelijk geregeld.

Zo’n wet zou volgens Launspach erg nuttig kunnen zijn, zeker in sectoren waar mensen de hele dag kunnen worden opgepiept. “In de zorg werken vaak mensen met een heel plichtsgetrouw karakter, die graag willen klaarstaan voor anderen. Voor hen komt eerst de vraag wat er van je wordt verwacht, pas daarna de vraag waar je zelf behoefte aan hebt.” En juist dat altruïstische karakter kan funest zijn, als je elk moment van de dag kan worden opgepiept.

Maar, zegt Gerrard Boot, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden, als je naar de inhoud van de Franse wet en het Nederlandse wetsvoorstel kijkt, gaat het eigenlijk over iets anders. “Werkgever, vakbond en ondernemingsraad moeten overleggen over wat je van je werknemer qua bereikbaarheid kunt verwachten en wat niet.”

De wet biedt dus geen soelaas voor zzp’ers.

Aparte passage

Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) moeten werkgevers al zorgen voor een gezonde werkomgeving. De Algemene Werkgeversvereniging Nederland ziet om die reden dan ook niet zo veel in het wetsvoorstel. “De Arbowet ziet nu vooral toe op risico’s in de omgang met ­gevaarlijke stoffen, gevaarlijke situaties of hoge temperaturen,” zegt Boot. “Het is toch fijn als er een aparte passage in staat over bereikbaarheid na werktijd.”

Maar een algeheel recht om offline te zijn, is dat überhaupt haalbaar? Boot denkt van niet: je moet je bij elke ­situatie afvragen of je werkgever jou een reëel verwijt kan maken als je niet reageert. “Als je facilitair manager bent van een bedrijf, om zeven uur ’s avonds een appje krijgt omdat een buurvrouw rook uit het pand van het bedrijf ziet komen en niets doet: dan heb je wel een probleem.”

Alle andere appende werkenden, raadt Deuze aan om in gesprek te gaan met de werkgever of ­opdrachtgever. “Omdat iedereen WhatsApp herkent, van directeur tot stagiair, kun je er ook makkelijk een discussie over beginnen. Vaak is er meer mogelijk dan je denkt als je je grenzen aangeeft.”

Onlangs verscheen van psycholoog Launspach het boek Werk kan ook uit, met tips voor thuiswerken. Hij raadt aan, specifiek met betrekking tot het thuiswerken, vooraf te ­bedenken van hoe laat tot hoe laat je wilt werken. “En zoek een plek in het huis waar je enkel je werk verricht. Als je er niet zit, ben je ook niet aan het werk.”

Zijn beste advies? Dat blijft toch: werk niet via Whats­App. “Spreek af dat je elkaar belt als je elkaar direct nodig hebt, en anders elkaar mailt. En als het echt niet anders kan: ­opteer voor een werktelefoon, die je na vijven uitzet.”

Bron: het Parool

 

Berichtnavigatie