08aug

Verkoper op nummer één in aantal openstaande vacatures

Verkoper op nummer één in aantal openstaande vacatures

Het aantal openstaande vacatures is landelijk sterk gestegen, over de hele linie.

• Aantal openstaande vacatures het grootst in Zuid-Holland.
• Sterkste toename in de vakgebieden transport en logistiek, horeca, recreatie en administratie, secretariaat en HR.
• Vraag naar vrachtwagenchauffeurs en logistiek medewerkers meer dan verdubbeld ten opzichte van afgelopen jaar.

In juli stonden er landelijk 207.000 vacatures open. Dit is 63% meer ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Vooral voor de vakgebieden techniek, verkoop en marketing en transport en logistiek is het moeilijk het juiste personeel te vinden, hier is al lang enorme schaarste. Dit blijkt uit de meest recente data-analyse van Randstad Nederland.

Het beeld per provincie verschilt op een aantal vlakken. In de Randstad is veel vraag naar personeel in marketing, communicatie, sales en ICT. Daarbuiten gaat het relatief vaak om technici en personeel in transport en logistiek.

Top 5 vacatures
1. Verkoper
2. Logistiek/magazijnmedewerker
3. Monteur werktuigen en machines
4. Werkvoorbereider
5. Elektromonteur

Top 5 vakgebieden
1. Techniek
2. Verkoop en marketing
3. Transport & Logistiek
4. ICT
5. Bouw

Bij- en omscholing essentieel
Er heerst inmiddels in bepaalde vakgebieden een hardnekkige mismatch die volgens Dominique Hermans, CEO van Randstad Groep Nederland, alleen maar op te lossen is met opleiding: “De instroom vanuit het onderwijs is momenteel onvoldoende om de schaarste in bepaalde beroepsgroepen te bedwingen. Onder andere met om- en bijscholing kunnen we op korte termijn bijdragen aan het oplossen van een deel van de schaarste.”

Schaarste belemmert groei
De economie groeit dit jaar ondanks de pandemie, de verwachting is dat die groei daarna doorzet. Hermans vervolgt: “Door de aanhoudende schaarste in bepaalde sectoren kan een aantal bedrijven marktpotentieel niet benutten. Dit remt die bedrijven en daarmee de economie ongewild in verdere groei. Dat zijn situaties die je samen wilt en kunt voorkomen. Publiek-private samenwerkingen zijn ook een belangrijk onderdeel van de oplossing. Door goed samen te werken op nationaal, regionaal en lokaal niveau kunnen we samen vraag en aanbod slimmer bij elkaar brengen.”

08Jan

Tientjes extra op eerste loonstrookjes

Werknemers gaan er deze maand netto gemiddeld tientallen euro’s op vooruit. Dat blijkt uit berekeningen van salarisdienstverlener ADP, dat traditiegetrouw aan het begin van het nieuwe jaar schetst wat er op de loonstrookjes verandert ten opzichte van het jaar ervoor.

De veranderingen verschillen per sector. Over het algemeen ziet het bedrijf de salarissen voor mensen met een minimumloon netto met 30 euro per maand stijgen. Een modaal inkomen krijgt er 45 euro bij en wie twee keer modaal verdient kan gemiddeld 50 euro extra bijschrijven.

Belasting omlaag

De extra tientjes zijn voornamelijk te danken aan twee veranderingen in de belastingheffingen. Ten eerste is de belasting op lonen tot 68.507 euro per jaar een beetje verlaagd. Die was 37,35 procent en nu 37,1 procent.

Daarnaast zijn de kortingen die je kunt krijgen op de belasting hoger, zowel de algemene heffingskorting als de arbeidskorting. Ook daardoor blijft er onder aan de streep meer loon over.

Dat de loonstrookjes gemiddeld gunstiger uitpakken, wil niet zeggen dat iedereen dit jaar meer te besteden heeft, benadrukt ADP. We zitten immers midden in de coronacrisis. “De belangrijkste vraag is natuurlijk of werknemers hun baan en daarmee hun salaris behouden in 2021”, zegt Dik van Leeuwerden, manager bij ADP.

Verder zijn veranderingen in cao’s niet meegenomen in de berekeningen. Salarisverhogingen of juist loonmatigingen door de crisis kunnen dus nog gevolgen hebben voor wat er netto op het loonstrookje overblijft dit jaar.

“Wat er op je salarisstrook staat geeft mensen een gevoel of ze er op voor- of achteruit gaan”, zegt Van Leeuwerden. Hij wijst erop dat het salaris zich niet een op een verhoudt met hoeveel je er in koopkracht op voor- of achteruit gaat. “Natuurlijk moet je iets verder kijken, naar wat er verandert aan allerlei andere lasten: waterschapslasten, gemeentelijke lasten, kosten kinderopvang, dat soort zaken.”

Bouwvakkers en ambtenaren

Hoeveel werknemers erbij krijgen vanaf deze maand, hangt ook af van de sector waarin ze werken. Wie in de bouw werkt, gaat er gemiddeld het meest op vooruit.

Dat komt doordat voor werknemers in deze sector vanaf dit jaar geen premie meer wordt betaald voor een aanvullende pensioenregeling. Iemand met minimumloon kan als gevolg daarvan netto op 62 euro extra rekenen per vier weken. Voor een modaal salaris komt er 94 euro bij, en twee keer modaal 119 euro.

Het minst gaan de ambtenaren erop vooruit, omdat zij juist meer pensioenpremie gaan betalen. Op de strookjes komt er respectievelijk 28, 38 en 39 euro bij.

Gepensioneerden minder, maar AOW stijgt

Wat minder wordt, zij het slechts een heel klein beetje, zijn de aanvullende pensioenen. Dat is het resultaat van een optelsom van minnen en plussen: gepensioneerden betalen minder belasting, maar moeten meer afdragen aan de Zorgverzekeringswet.

Het verschil is minimaal: iemand met een aanvullend pensioen of lijfrente-uitkering van rond de 500 euro per maand, krijgt een kwartje minder. Van een aanvullend pensioen van 2.500 euro gaat er 1,30 euro af.

Al met al zullen gepensioneerden er echter niet op achteruitgaan, omdat de AOW-uitkering tegelijk stijgt. Wie getrouwd is krijgt er een tientje bij, wie alleen is 17 euro.

Bron: NOS

24sep

Kabinet steekt 1,4 miljard in begeleiding naar nieuw werk

Het kabinet maakt 1,4 miljard euro vrij om mensen zonder werk te begeleiden naar een nieuwe baan. Het is de bedoeling dat werkzoekenden zoveel mogelijk bij één loket terechtkunnen voor hulp, schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Kamer.

Vorige week nam de Tweede Kamer een motie aan van PvdA-leider Asscher over een werkgarantie voor personeel van bedrijven die coronasteun van de overheid krijgen. Bij een eventueel ontslag zou de werkgever ervoor verantwoordelijk zijn dat die persoon elders een nieuwe baan vindt.

Gisteren overlegde het kabinet onder meer met de PvdA en GroenLinks over de voorwaarden waaraan bedrijven en werkenden moeten voldoen voor nieuwe financiële coronasteun. Betrokkenen waren optimistisch over het verloop van die gesprekken.

Snel richting werk

Het kabinet deelt de wens uit de motie van Asscher, schrijft Koolmees. Bij grootschalige reorganisaties zouden werkgevers en vakbonden afspraken moeten maken over het begeleiden naar nieuw werk. “Maar ook als iemand zich voor een WW-uitkering meldt bij UWV of een aanvraag doet voor een bijstandsuitkering bij de gemeente: bij het eerste contact wordt direct gekeken wat iemand nodig heeft om weer snel richting werk te gaan”, aldus het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het kabinet steekt 683 miljoen euro in de ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk. Dat geld gaat onder meer naar regionale mobiliteitsteams, die werkzoekenden in het hele traject naar een nieuwe baan moeten helpen. Daarnaast wordt bijna 200 miljoen vrijgemaakt voor de bij- en omscholing van werkzoekenden die dat nodig hebben.

Volgens Koolmees zullen door de coronacrisis ook meer mensen in problematische schulden terechtkomen en ook dat kan het zoeken naar werk bemoeilijken. Daarom stelt het kabinet bijna 150 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten en andere partijen om mensen met schulden en armoede te helpen.

Bron: NOS

21sep

Hebben wij het recht om voor ons werk onbereikbaar te zijn?

Dat we voorlopig nog veel thuiswerken, bevalt lang niet iedereen. Dat je leidinggevende je nu ook appt, kan een zegen zijn, maar ook een vloek. Hebben we het recht om offline te zijn? ‘Het is als jongleren op een touw tussen twee flatgebouwen, zonder vangnet.’

Wie moest er niet gniffelen bij de appjes tussen burgemeester Femke Halsema en minister Ferd Grapperhaus, tijdens de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam? Het ging alle kanten op: van cryptische borrelpraat – ‘de T is nu eenmaal de T’ – tot appjes die waren opgesteld als brief, met alinea’s en aanhef, zoals het laatste appje waarin de minister zei teleurgesteld te zijn in Halsema.

Reden voor de Amsterdamse brandweercommandant Tijs van Lieshout ervoor te waarschuwen dat Whats­App niet geschikt is voor overleg tussen bestuurders. Al zijn we niet allemaal minister of burgemeester, toch communiceren velen tegenwoordig via Whats­App over werk.

Lijntjes uitzetten

Ruim twaalf miljoen Nederlanders gebruiken op dit moment Whats­App. “Iedereen kent het, van Mark Rutte tot jij en ik,” zegt Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, nota bene via een Whats­App telefoongesprek. “Voor iedereen werkt het hetzelfde, er is immers geen platinumversie.”

Het sterke punt van de app is dat hij je in staat stelt 24 uur per dag, elke dag van de week, met elkaar te communiceren. “Even snel een lijntje uitzetten of een afspraak ­maken of iemand herinneren aan een taakje.”

Nederlanders staan daardoor altijd ‘aan’. Grofweg één op de vijf Nederlanders ervoer vorig jaar burn-outklachten, terwijl dat tien jaar geleden nog één op de tien was. Helpt het dan om in toenemende mate over werk te appen?

Deuze zegt stellig: nee. Volgens hem lopen op WhatsApp verschillende levensdomeinen door elkaar: werk, privé, relaties, vriendschappen, de sportclub, ga zo maar door. Terwijl mensen denken dat ze kunnen multitasken, zijn ze daar helemaal niet zo goed in: je doet alles namelijk minder secuur. “Het is een beetje als jongleren op zo’n touw tussen twee flatgebouwen, zonder vangnet.”

Psycholoog en stressexpert Thijs Launspach legt uit dat communiceren over werk tot een constante ruis in je hoofd leidt. “Voor je hersenen is er niet veel verschil tussen werken en beschikbaar zijn voor werk. Dus als je buiten je werktijd het gevoel hebt de hele tijd paraat te moeten staan, is dat werk.”

Nieuw strak schema

Launspach benadrukt nog maar eens dat zestien uur per dag werken niet gezond is. WhatsApp wekt daarnaast snel de indruk dat een bericht urgent is, zegt hij. “De drempel is erg laag om snel een berichtje te sturen. Maar vaak kan dat bericht ook best wachten tot je morgenochtend iemand live spreekt.”

Dat mensen zich zo vaak voor hun werk beschikbaar houden ligt overigens niet aan WhatsApp ­alleen, zegt Deuze: al zo’n veertig jaar vervaagt de scheiding tussen werk en privé. “Als de werkdag voorbij is, begint een nieuw strak schema van avondeten, afwas, de sportclub, nog een halfuur op de laptop,” zegt hij.

We organiseren het gezinsleven zoals we ook het kantoor organiseren. Daarbij speelt mee dat jongere generaties werk in toenemende mate zien als iets waarin je jezelf uitdrukt, ­jezelf profileert, in plaats van iets dat je puur doet om geld te verdienen. Tel daar dan nog eens het massale thuiswerken door de coronacrisis bij op, en plots stromen op Whats­App de bazige appjes van je chef binnen, tegelijk met de vriendelijke vraag van je partner of je nog een pak melk bij de supermarkt kunt halen.

Launspach vreest dat we, qua verantwoordelijkheid ­nemen, niet veel van Facebook – eigenaar van Whats­App – hoeven te verwachten. “Het is geen menslievende organisatie: het bedrijf heeft nu eenmaal een verdienmodel dat erom draait dat je zo veel mogelijk met de app bezig bent.” En dat lukt aardig: je hersenen belonen je voor alle impulsen – kleurtjes, notificaties en geluidjes – die je op de app krijgt. “Dat geldt ook voor je to-dolijst en het wegwerken van je e-mail.”

Maar, zegt Deuze: het mooie van al die apparaten is dat je ze ook kunt uitzetten. “Niet voor niets hebben alle grote software- en hardwareontwikkelaars de afgelopen jaren functies ingebouwd die mensen attent maken op hun ­gebruik ervan.” Deuze doelt op de schermtijdapp van Apple, die bijhoudt hoeveel uur iemand op zijn of haar telefoon doorbrengt.

Launspach vindt dat niet genoeg. Jongeren kunnen namelijk nog weleens een schuldgevoel krijgen als ze niet direct reageren. “Soms wordt een vriend boos als je niet binnen een uur op z’n appje antwoordt. Maar het kan juist gezond zijn om een appje een halve dag onbeantwoord te laten.”

Het kan moeilijk zijn grenzen aan te geven: wat nu als je niet snel genoeg reageert op het appje van de werkgever of opdrachtgever? Mede daarom heeft PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk vorige maand een voorstel ingediend voor een wet die het recht op onbereikbaarheid regelt. In Frankrijk is dat al sinds 2017 wettelijk geregeld.

Zo’n wet zou volgens Launspach erg nuttig kunnen zijn, zeker in sectoren waar mensen de hele dag kunnen worden opgepiept. “In de zorg werken vaak mensen met een heel plichtsgetrouw karakter, die graag willen klaarstaan voor anderen. Voor hen komt eerst de vraag wat er van je wordt verwacht, pas daarna de vraag waar je zelf behoefte aan hebt.” En juist dat altruïstische karakter kan funest zijn, als je elk moment van de dag kan worden opgepiept.

Maar, zegt Gerrard Boot, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden, als je naar de inhoud van de Franse wet en het Nederlandse wetsvoorstel kijkt, gaat het eigenlijk over iets anders. “Werkgever, vakbond en ondernemingsraad moeten overleggen over wat je van je werknemer qua bereikbaarheid kunt verwachten en wat niet.”

De wet biedt dus geen soelaas voor zzp’ers.

Aparte passage

Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) moeten werkgevers al zorgen voor een gezonde werkomgeving. De Algemene Werkgeversvereniging Nederland ziet om die reden dan ook niet zo veel in het wetsvoorstel. “De Arbowet ziet nu vooral toe op risico’s in de omgang met ­gevaarlijke stoffen, gevaarlijke situaties of hoge temperaturen,” zegt Boot. “Het is toch fijn als er een aparte passage in staat over bereikbaarheid na werktijd.”

Maar een algeheel recht om offline te zijn, is dat überhaupt haalbaar? Boot denkt van niet: je moet je bij elke ­situatie afvragen of je werkgever jou een reëel verwijt kan maken als je niet reageert. “Als je facilitair manager bent van een bedrijf, om zeven uur ’s avonds een appje krijgt omdat een buurvrouw rook uit het pand van het bedrijf ziet komen en niets doet: dan heb je wel een probleem.”

Alle andere appende werkenden, raadt Deuze aan om in gesprek te gaan met de werkgever of ­opdrachtgever. “Omdat iedereen WhatsApp herkent, van directeur tot stagiair, kun je er ook makkelijk een discussie over beginnen. Vaak is er meer mogelijk dan je denkt als je je grenzen aangeeft.”

Onlangs verscheen van psycholoog Launspach het boek Werk kan ook uit, met tips voor thuiswerken. Hij raadt aan, specifiek met betrekking tot het thuiswerken, vooraf te ­bedenken van hoe laat tot hoe laat je wilt werken. “En zoek een plek in het huis waar je enkel je werk verricht. Als je er niet zit, ben je ook niet aan het werk.”

Zijn beste advies? Dat blijft toch: werk niet via Whats­App. “Spreek af dat je elkaar belt als je elkaar direct nodig hebt, en anders elkaar mailt. En als het echt niet anders kan: ­opteer voor een werktelefoon, die je na vijven uitzet.”

Bron: het Parool

 

18sep

Bus monteur per direct beschikbaar

Op dit moment hebben wij een zeer ervaren bus monteur beschikbaar!

Kernwoorden:

  • Zelfstandig werkend
  • Ruime ervaring
  • Zowel mechanisch als elektronisch
  • Meerder merken ervaring
  • Inzetbaar door heel Nederland

Dus zoekt er een leuk bedrijf onze topper, neem dan snel contact met ons op:

info@doenwij.nl

Wil je op de hoogte blijven over de beschikbaarheid van onze medewerkers, volg dan:

www.doenwij.nl

https://www.facebook.com/doenwij/?ref=bookmarks

https://www.linkedin.com/company/53439094

18sep

Vangnet flexwerkers amper gebruikt, 3 miljoen aan strijkstok blijven plakken

Het vangnet voor flexwerkers die hun inkomsten zagen kelderen tijdens de lockdown, is amper gebruikt. Er werd 185 miljoen euro voor begroot, maar daarvan is slechts 21 miljoen euro gebruikt. En van dat bedrag ging ook lang niet alles naar de flexwerkers zelf.

Van die 21 miljoen euro is slechts 18 miljoen euro daadwerkelijk beland bij flexwerkers die in de penarie zaten.

De rest, 3,1 miljoen euro, is besteed aan het opzetten van het computersysteem en al het werk dat er bij de uitvoering kwam kijken, bevestigt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid na vragen van RTL Z.

 

De TOFA-regeling werd pas in mei opgezet, nadat de Tweede Kamer daar om had gevraagd. De regeling kwam met gezonde tegenzin vanuit het ministerie tot stand. Bij de aankondiging ervan schreef Sociale Zaken al dat het ‘ernstige twijfels’ had over een vangnet voor flexwerkers en dat er uiteindelijk slechts één optie uitvoerbaar was op korte termijn.

Ingewikkelde voorwaarden

De regeling kwam er: flexwerkers die geen recht hadden op ww konden onder voorwaarden een vergoeding krijgen als zij hun werk geheel of gedeeltelijk weg zagen vallen.

Die voorwaarden waren best ingewikkeld. Zo moest je in februari minstens 400 euro hebben verdiend, in april maximaal 550 euro, het loon van april moest dan ook weer minstens 50 procent lager zijn dan in februari, maar in maart moest het dan weer minimaal 1 euro zijn geweest.

Kleine groep

Als je in aanmerking kwam, kreeg je over de maanden maart, april en mei in totaal 1650 euro bruto. Dat komt neer op 550 euro per maand.

En blijkbaar was die groep niet al te groot. “Uiteindelijk zijn er 23.000 aanvragen ingediend. Het aantal toekenningen ligt lager omdat niet elke aanvrager voldeed aan de gestelde voorwaarden. Dit heeft geleid tot een totaal bedrag aan uitkeringen dat lager ligt dan oorspronkelijk begroot”, aldus woordvoerder Lennart Wegewijs. Met de 18 miljoen euro zijn al met al een kleine 11.000 flexwerkers geholpen.

De aanvraagperiode werd nog verlengd en is er vanuit uitkeringsinstantie UWV nog extra gecommuniceerd over de regeling, maar het aantal aanvragen bleef beperkt.

Resultaat behaald

Toch kun je volgens het ministerie niet concluderen dat de regeling zijn doel niet heeft bereikt, ondanks dat slechts een fractie van het begrootte bedrag bij flexwerkers is beland.

Het aantal mensen dat aanspraak kon maken op de regeling was op voorhand moeilijk te voorspellen, benadrukt het ministerie. “De lager dan verwachte uitgaven zijn een teken dat minder mensen dan waar vooraf rekening mee is gehouden een aanvraag hebben gedaan. Voor de mensen die een tegemoetkoming op grond van de TOFA hebben gehad is het resultaat behaald”, aldus Wegewijs.

‘Slecht nieuws’

Dat laatste erkent PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk, die in de Kamer het initiatief nam om de regering te vragen om een regeling voor flexwerkers op te tuigen. Maar hij is zeker niet tevreden over hoeveel flexwerkers er zijn geholpen met de maatregel.

“Volgens mij is het slecht nieuws”, zegt Van Dijk over het lage bedrag dat is uitgekeerd. “Er zijn veel meer flexwerkers gestopt met werken.” Volgens Van Dijk vielen veel jonge flexwerkers buiten de boot. Soms omdat ze nét niet aan alle regels voldeden, maar ook de bekendheid van de regeling liet volgens de PvdA’er te wensen over.

Relatief duur

Het ministerie erkent wel dat de zogenoemde uitvoeringskosten aan de hoge kant zijn, maar ligt er niet wakker van. “De TOFA is een regeling die met een uiterste krachtsinspanning door UWV is opgetuigd. Het systeem moest zekerheidshalve grote aantallen aankunnen”, laat Wegewijs weten.

“De daarvoor gemaakte uitvoeringskosten worden nu tegen een kleiner aantal aanvragen afgezet. Gezien de wens van de Tweede Kamer om flexwerkers zonder WW- of bijstandsuitkering snel tegemoet te komen zijn deze kosten acceptabel.”

Bron RTLZ

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws in de uitzendbranche volg dan:

www.doenwij.nl

https://www.facebook.com/doenwij/?ref=bookmarks

https://www.linkedin.com/company/53439094

17sep

Werkloosheid stijgt, maar minder dan in afgelopen maanden

Het aantal mensen dat werkloos werd steeg in augustus met 7000 tot 426.000. Die toename is een stuk minder dan in de voorgaande maanden toen na de corona-uitbraak veel mensen hun baan kwijtraakten.

Het aantal werklozen blijft oplopen, maar minder dan in de maanden april tot en met juni het geval was. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In juli stonden er nog 419.000 mensen geregistreerd als werkzoekend, in augustus was dat gestegen naar 426.000.

Dat komt neer op 4,6 procent van de beroepsbevolking. In juli was dat nog 4,5 procent.

+153.000 sinds corona

Daarmee is het aantal werklozen opgelopen tot het niveau van precies drie jaar geleden. Nog altijd ligt het aantal werklozen flink onder het niveau van febrauri 2014 toen na de crisis van 2008/2009 het aantal werklozen steeg tot 699.000.

Sinds het begin van de coronacrisis is het aantal werklozen met 153.000 gestegen.

Meer mensen betreden arbeidsmarkt

In de eerst maanden van corona steeg het aantal werklozen snel, maar door de lockdown was het lastig om te solliciteren, aldus hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS.

Ook stopten in het begin van corona-uitbraak veel mensen met het zoeken naar werk, omdat zij dachten dat niet te kunnen vinden. Zij telden daarom toen niet mee in de cijfers.

Inmiddels is de beroepsbevolking weer ongeveer even groot als voor het uitbreken van het coronavirus.

CPB: verdere stijging in 2021

Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat de werkloosheid in 2021 verder stijgt tot 5,9 procent van de beroepsbevolking, oftewel 545.000 werklozen.

In het geval van een tweede golf van coronabesmettingen kan dat echter fors meer toenemen, tot 8,5 procent.

Nu nog weinig faillissementen

“Veel bedrijven hebben het nog moeilijk en zonder alle steunmaatregelen waren er misschien meer faillissementen en ontslagen geweest”, aldus Van Mulligen.

In augustus lag het aantal faillissementen op het laagste niveau sinds 1999, dat kan natuurlijk oplopen als de steunmaatregelen minder worden, zegt Van Mulligen.

Bron: RTLZ

15sep

Werkloosheid stijgt bij tweede golf mogelijk tot 8,5 procent

Als er een tweede golf van coronabesmettingen komt, dan kan de werkloosheid in Nederland volgend jaar stijgen tot 8,5 procent.

Dat blijkt uit de Macro Economische Verkenning (MEV) 2021 van het Centraal Planbureau (CPB), waarin prognoses voor de Nederlandse economie staan.

In het meest waarschijnlijke scenario stijgt de werkloosheid volgend jaar van 4,5 procent in juli naar 5,9 procent, denkt het CPB. Dat zijn 545.000 mensen, terwijl dat er in 2019 nog 314.000 waren.

Werkloosheid van 8,5 procent

Het werkloosheidspercentage kan echter veel meer oplopen en wel tot 8,5 procent als er een tweede golf met besmettingen met het coronavirus komt. Dat kan betekenen dat het aantal werklozen dan stijgt tot 785.000.

Vooral in het bedrijfsleven zal het aantal werklozen stijgen. Het CPB denkt dat bedrijven waar werknemers relatief weinig uren draaien uiteindelijk, ondanks maatregelen van de overheid om ervoor te zorgen dat bedrijven mensen aan het werk houden, overgaan tot ontslag of faillissement zullen aanvragen.

Mensen ontmoedigd

Het CPB waarschuwt dat de werkloosheidscijfers in economisch slechte tijden niet altijd een goed beeld geeft van de arbeidsmarkt.

Omdat mensen al dan niet terecht denken minder kans te hebben op werk, kan het ook zijn dat zij ontmoedigd raken en niet op zoek gaan naar betaald werk. De situatie op de arbeidsmarkt is in zo’n geval nog slechter dan uit de cijfers blijkt.

Bron: RTLZ

14sep

Een op drie jongeren heeft studie en werkplannen aangepast

27 procent van de jongeren geeft het niet kunnen vinden van een passende bijbaan aan als reden om plannen te wijzigen

27 procent van de jongeren geeft het niet kunnen vinden van een passende bijbaan aan als reden om plannen te wijzigen
De coronacrisis heeft een grote impact op de kortetermijnplannen van jongeren. Ruim een derde van de Nederlandse jongeren tussen de 15 en 30 jaar.
De coronacrisis heeft een grote impact op de kortetermijnplannen van jongeren. Ruim een derde van de Nederlandse jongeren tussen de 15 en 30 jaar geeft aan dat de crisis ervoor heeft gezorgd dat zij hun studie- en/of werkplannen voor de resterende helft van 2020 hebben moeten wijzigen. Zo blijkt uit onderzoek onder 500 Nederlandse jongeren uit het YC Jongerenpanel van recruitmentspecialist YoungCapital

Bijna de helft (45 procent) was voor corona van plan om in de tweede helft van 2020 naast studeren ook te gaan werken. Nu is dit slechts 35 procent. De belangrijkste reden hiervoor (27 procent) is dat ze geen passende bijbaan kunnen vinden.

“Wij merken dat jongeren heel graag aan de slag willen, maar dat ze niet genoeg passend werk kunnen vinden,” zegt Ineke Kooistra, CEO van YoungCapital. “Waar werkgevers eerst nog stonden te springen om jong talent, zijn het nu de jongeren die moeten vechten voor een baan.” Vorig jaar stonden er nog 5.101 vacatures open in de maanden juli en augustus, dit jaar waren dat er slechts 2.331. Dat is een daling van 54 procent. De hardste daling in het aantal vacatures zagen we in de horeca (88 procent) en detailhandel (64 procent). Dit zijn vacatures die normaal gesproken erg populair zijn onder jongeren. Het aantal vacatures binnen de klantcontactbranche en logistieke sector daalde met 46 en 47 procent een stuk minder hard, en daar konden nog relatief wat jongeren aan een baan komen.

Niet bij de pakken neerzitten
Een groot deel van de jongeren die van plan waren om een tussenjaar te nemen of fulltime te werken, heeft door de coronacrisis ook noodgedwongen andere plannen moeten maken. Zo heeft 17 procent de plannen moeten wijzigen omdat zij niet meer vrijuit kunnen reizen. En 13 procent zegt een studievertraging door corona te hebben opgelopen. Nog eens 15 procent van de jongeren weet door corona nog niet wat zij de rest van het jaar gaan doen. “Dit is natuurlijk een enorme tegenvaller voor jonge mensen. Het is bewonderenswaardig om te zien dat ze niet bij de pakken gaan neerzitten, maar dat ze dit gebruiken om onder andere meer te gaan studeren. Dat zien we niet alleen in de cijfers uit het onderzoek, maar ook in de inschrijvingen voor de YC Summer School waar ruim 800 jongeren aan hebben deelgenomen de afgelopen maanden”, zegt Ineke. Daarnaast komen er nog steeds vacatures voor (bij)banen online. Dit zijn misschien niet altijd de droombanen, maar je kunt er wel aan de slag, werkervaring opdoen en geld verdienen.

Bron: YoungCapital

14sep

Meer zekerheden voor uitzendkrachten: via cao of wet? Onderhandelaars nieuwe cao starten verdeeld

De onderhandelingen met de vakbonden over een nieuwe Cao voor uitzendkrachten zijn gestart. De ABU en de NBBU willen uitzendwerk verder verbeteren en zetten in op meer perspectief voor uitzendkrachten via de cao. Vakbond FNV pleit juist voor verandering van wetgeving.

De afgelopen jaren zijn werk- en inkomenszekerheid van uitzendkrachten verbeterd. Ook zijn de arbeidsvoorwaarden in lijn gebracht met werkenden in dienst van de opdrachtgever. Dat neemt niet weg dat een groeiende groep uitzendkrachten steeds langer en soms structureel is aangewezen op uitzendwerk. Veel inleners kiezen ervoor om structurele werkzaamheden door externe flexibiliteit in te laten vullen. Dit beperkt de doorstroommogelijkheden. Ook worden de risico’s voor flexibiliteit nog te vaak afgewenteld op hen die flexibel werken.

Dit menen uitzendkoepels ABU en NBBU. Zij zetten in op meer werk- en inkomenszekerheid voor uitzendkrachten én een gelijk speelveld. Investeringen in duurzame inzetbaarheid, een verbeterde pensioenregeling, verkorting van uitzendduur en contractflexibiliteit en invoering van standaard uitzendcontracten zijn onderdeel van het pakket voorstellen dat de ABU en de NBBU aan de vakbonden doet.

Jurriën Koops, directeur van de ABU: “Opdrachtgevers zoeken hun heil ook in ongeorganiseerde vormen van flexibel werk. Mogelijk gemaakt omdat adequate zzp-wetgeving ontbreekt. De ABU wil uitzendwerk verbeteren via de cao. Daarvoor is het essentieel dat er een gelijk speelveld komt voor alle vormen van flexibel werk. Wij erkennen dat er zaken te verbeteren zijn en moeten ook zorgen voor continuïteit van de branche. De ABU roept de politiek dan ook op om zo snel als mogelijk is te komen met sluitende wetgeving.”

Marco Bastian, directeur van de NBBU: “De uitzendbranche schept ieder jaar werkgelegenheid voor honderdduizenden mensen. We zijn bereid blijvend te investeren in het perspectief van deze werkenden. Door duurzame inzetbaarheid, maar ook bijvoorbeeld door verbetering van het pensioen voor uitzendkrachten. Daarmee wordt hun positie steeds verder versterkt.”

De ABU en de NBBU stellen voor om de contractflexibiliteit te verkorten van 5,5 naar 4 jaar. Ook ligt er een voorstel voor het invoeren van standaardcontracten voor uitzenden. Bedoeld om het speelveld binnen de branche gelijk te krijgen. De ABU en de NBBU zetten zwaar in op duurzame inzetbaarheid en zijn dan ook bereid om hun investeringen hierin te verhogen van 198 miljoen euro naar 365 miljoen euro.

FNV: verander de wet voor verbetering positie uitzendkrachten

De FNV pleit juist voor een verandering van wetgeving voor verbetering van de positie van uitzendkrachten. Uit een enquête onder 1.000 uitzendkrachten en een vervolgonderzoek onder 92 deelnemers blijkt dat ruim twee derde van de uitzendkrachten gemiddeld zeven jaar van uitzendbaan naar uitzendbaan wordt rondgepompt met nauwelijks zekerheid van werk en inkomen. Daarom publiceerde de FNV 9 september jl., op de dag waarop de cao-onderhandelingen startten, een witboek over de uitzendbranche. Hierin roept ze de politiek op de wet te veranderen, waardoor arbeidscontracten zonder enige garantie op werk en inkomen niet meer mogelijk zijn.

Zakaria Boufangacha, arbeidsvoorwaardencoördinator FNV: ‘Uitzendwerk is bedoeld voor het opvangen van ziekte of pieken in het werk. Dan spreek je over weken of maanden, niet over jaren. We willen af van die onzekere banen en contracten zoals nul-uren contracten.’

FNV spreekt over het rondpompen van mensen zonder enige zekerheid, maar wel de druk om elke dag weer paraat te staan. In het witboek over de uitzendbranche komen uitzendkrachten aan het woord en doet de vakbond aanbevelingen aan de overheid om de positie van uitzendkrachten te verbeteren. Naast het uitbannen van de genoemde nul-uren contracten wil de FNV dat de uitzendperiode drastisch wordt verkort tot eenmalig 26 weken (nu 78 weken).

ABU: Cao beste instrument om positie uitzendkrachten te verbeteren

De ABU is verrast over de overhandiging van een witboek aan minister Koolmees. Werkgevers zetten in op meer perspectief en zekerheid voor uitzendkrachten. Daarover zijn zij het eens met de FNV. De ABU is het niet eens met de FNV om zaken die al jarenlang via een cao worden geregeld via de wet te regelen. Zij meent dat de FNV in het witboek een extreem en onjuist beeld schetst door te stellen dat uitzendkrachten jarenlang worden rondgepompt. Zij verwijst naar onafhankelijk onderzoek naar de positie van uitzendkrachten dat onlangs in opdracht van het ministerie van SZW is verricht, waaruit onder andere is gebleken dat het onwaarschijnlijk is dat een substantieel deel van de uitzendwerknemers langer bij dezelfde uitzender verblijft dan het maximum van 78 gewerkte weken.

Samengevat willen beide onderhandelingspartners hetzelfde, namelijk dat uitzendkrachten meer zekerheid krijgen. De uitzendkoepels zijn ervan overtuigd dat de cao bij uitstek het instrument is om dit goed te regelen. Niet alleen wat betreft werkzekerheid, maar vooral ook als het gaat om scholing en duurzame inzetbaarheid. De FNV pleit juist voor verandering van de wet, zodat arbeidscontracten zonder enige garantie op werk en inkomen niet meer mogelijk zijn.

De onderhandelaars streven naar een nieuwe cao die op 1 juni 2021 in gaat.